![]() |
| De indrukwekkende toegangspoort van de tentoonstelling [Rijksmuseum, CC0, via Wikimedia Commons] |
Al vanaf het begin was er gesteggel over de kosten en het draagvlak. Nederland was in de 19e eeuw geen industriële grootmacht, en daar ging op wereldtentoonstellingen toch de meeste aandacht naar uit. Dus werden in dit geval andere keuzes gemaakt, waarover straks meer.
Als locatie voor de tentoonstelling werd het 22 hectare grote terrein achter het nieuwe Rijksmuseum aangewezen. Er verrees een reusachtige toegangspoort die ik in De weg naar Rose Cottage beschrijf:
De enorme toegangspoort met twee marmeren torens, minstens zo groot als die van het Rijksmuseum, deed Ryans adem stokken. Allemensen, wat een bouwwerk! De torens leken door kolossale olifanten te worden gedragen en ertussen was een groot rood doek gespannen, als een soort Oosterse sjaal of een bedoeïenentent. Als hij omhoog tuurde, kon hij afbeeldingen van exotische dieren op de torens zien en de bovenzijde deed hem aan hindoetempels in India denken – maar toch niet helemaal. Als dit een indicatie gaf van alles wat er op de tentoonstelling te bezichtigen viel… (uit hoofdstuk 22)

%2C_Afb_010097012692.jpg)






