Posts tonen met het label Leesvoer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leesvoer. Alle posts tonen

zaterdag 20 december 2025

Bij elke roman een kerstverhaal(tje)

Wist je dat op elk van mijn romans een (kort) kerstverhaal volgt?
En dat ieder verhaal weer een beetje langer werd dan de vorige? 
En dat de laatste, Kerst in Rose Cottage, nu als e-book is afgeprijsd naar € 3,99? De aanbieding geldt t/m 31 december 2025.


Ik zet alle verhalen graag voor je op een rijtje:

Fijne feestdagen allemaal!

zaterdag 16 december 2017

Kerst op Dunleigh Hall

In mijn roman Thuis op Dunleigh Hall beleeft de Amerikaanse Caroline haar eerste Kerst als Lady Rassmore in Ierland, en dat verloopt niet allemaal volgens plan.
In dit kerstverhaal nemen we een kijkje bij het personeel.

Aislinn Lamb is dolblij met haar betrekking als dienstmeisje in een adellijk landhuis. Die heeft haar de kans geboden een nieuwe start te maken. Maar als de Kerstdagen naderen, dreigt haar verleden haar toch in te halen...



Het landhuis in de winter
Door Winnie45 (Eigen werk) [CC BY-SA 4.0], via Wikimedia Commons

zondag 16 april 2017

Voor het open graf

Ik stond voor het open graf, de ingang een gapend, donker gat. Dat leek te passen bij al mijn gevoelens van verdriet en spijt. Het was afgelopen.

Mijn metgezel Nikodemus keek verwonderd om zich heen. ‘Dus deze olijfgaard is van jou, Josef?’

Ik knikte.

‘En jij hebt dit graf in de rotsen laten uithouwen… voor jezelf?’

Beschaamd haalde ik mijn schouders op. ‘Het leek een logische keuze. Vanaf mijn jongensjaren heb ik keihard gewerkt voor mijn positie en mijn vermogen. Ik wilde dat er na mijn dood iets zichtbaar zou blijven van wat ik heb bereikt.’

‘Dat gaat wel lukken, zou ik zeggen.’ Nikodemus was erg onder de indruk van de grootte en de weelde, maar over mijn rug ging een rilling. 

‘Is dat het waard?’ vroeg ik somber. ‘Al die jaren was ik bezig om in hoog aanzien te komen bij de Joden én de Romeinen, om fortuin te maken… En het leven is maar zo kort.’

Slechts enkele uren geleden waren we daarvan getuige geweest toen een onschuldige man werd gekruisigd. Er sprongen tranen in mijn ogen. 

Nikodemus klopte troostend op mijn schouder. ‘Jij gelooft het ook, hè? Deze Jezus was Gods Zoon.’

‘En wij hebben hem laten doden.’ De tranen lieten zich niet meer tegenhouden, maar daar schaamde ik me niet voor. Nee, het enige wat ik verschrikkelijk vond, was dat ik het nu pas durfde toegeven. Hier, in mijn eigen graftuin met Nikodemus. Met mijn collega – evenals ik lid van de Hoge Raad – van wie ik niet had geweten dat hij Jezus’ volgeling was. Zoals hij dat niet van mij had geweten. 

Het leven is maar zo kort, dacht ik opnieuw, en we hadden zoveel tijd verspild. De zon, die was teruggekeerd na de angstaanjagende duisternis van zopas, stond steeds lager. We moesten voortmaken.

maandag 19 december 2016

Katies Kerstfeest

Geen kerstboom, versiering of cadeaus. Katie weet dat haar eerste Kerst in Amerika in niets zal lijken op de schitterende feesten die ze gewend was. Is er een manier om toch het kerstgevoel vast te houden?

In dit kerstverhaal komen enkele oude bekenden uit Op de vleugels van de wind voorbij...






zaterdag 4 april 2015

Toen werd het morgen

Oftewel: hoe een klein narcisje Pasen beleeft…


Langzaam kwam de zon op in de graftuin. Voorzichtig draaide ik mijn kopje naar het licht en probeerde zoveel mogelijk warmte op te vangen. Hopelijk werd het een mooie dag, dat konden we wel gebruiken nadat de afgelopen nacht zo rumoerig was geweest. Gelukkig hadden ook de narcissen om mij heen de stampende soldatenvoeten overleefd.

Ja, ons rustige bestaan was ruw verstoord. Eerst door een begrafenis op vrijdag. Het rotsgraf was in gebruik genomen, een grote steen was voor de ingang gerold. Soldaten marcheerden door de tuin en hielden de wacht over een dode.
Maar afgelopen nacht was alles veranderd. Nu het ochtend werd en het licht op het punt stond de duisternis te verdrijven, was de steen weer teruggerold. Het graf was leeg, de soldaten waren weg. Een rustige, vredige ochtend voor het groepje narcissen in de graftuin.

Maar vrijwel direct wist ik dat het niet zo zou zijn. Een sterke, zoete geur drong door tot de tuin, enkele vrouwen liepen naar het graf. Het heerlijke aroma kwam uit een kruikje. Ik begreep dat zij hun liefde en zorg wilden betonen aan de gestorvene. Dat was heel vriendelijk van ze, maar het was niet langer nodig.

freelyphotos.com
De vrouwen schrokken van de weggerolde steen, ze ontdekten dat er niemand meer in het graf lag, en halsoverkop renden ze de tuin weer uit. Het kruikje met olie plofte naast mij op de grond en plette bijna een van mijn soortgenoten. Desondanks maakte de zoete geur mij blij.

Het duurde niet lang voordat er opnieuw mensen naar de graftuin kwamen. Ze liepen hard, want ik kon het gedreun tot in mijn wortels voelen. Bij de aanblik van stampende sandalen kromp ik ineen, maar ze raakten mij niet. Ze renden regelrecht naar het graf met hun bezorgde blikken.

Waarom die zorgen? vroeg ik me af. Was dit niet het beste nieuws dat ze konden krijgen? Het einde van de dood? Nieuw leven? Denk niet dat die begrippen mij onbekend zijn. Het kleine bolletje van de narcis stopt men diep in de zwarte aarde. Hoe groot is de vreugde wanneer er in het voorjaar een prachtige, gele bloem opkomt! Triomfantelijk, het gezicht naar de zon gericht, als winnaar!

De mannen vertrokken, druk met elkaar discussiërend over de betekenis van een leeg graf. Ik wilde dat ik het hen kon toeschreeuwen, dat ik hen kon overtuigen: Er is nieuw leven! De dood heeft niet het laatste woord!

Er plofte opnieuw iets naast mij neer, vrouwenhanden raapten het vergeten kruikje op. Ach, was een van hen achtergebleven? Ze lag op haar knieën en het was duidelijk dat ze veel verdriet had. Haar tranen vielen op de grond, ze begroef haar handen in het zand. Haar schouders schokten.

‘Waarom huil je?’ vroeg een vriendelijke stem, een eindje verderop. ‘Wie zoek je?’

Nou, als dat nog niet duidelijk was in een graftuin met een leeg graf…

Maar mijn sarcasme verdween toen de man een stap dichterbij kwam. Het was alsof de zon helderder ging schijnen, alsof alles om mij heen werd verwarmd door zijn aanwezigheid.

De vrouw snifte en veegde langs haar wangen. ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd…’

Ah, ze dacht dat hij de tuinman was. Ik schudde mijn kopje. Beslist niet! De tuinman was aardig, hoor. Hij zorgde goed voor ons en behandelde ons met respect. Maar deze man… Het ging veel verder dan goede zorgen. Ik voelde dat hij mij kende, dat hij precies wist hoe ik in elkaar zat, tot het kleinste meeldraadje toe. Hoe ik was gegroeid uit een klein bolletje onder de grond.

De man zei haar naam, Maria, en ineens zag de vrouw het ook. Ze noemde hem haar meester en rende op hem af.

pixabay.com
Hij stak zijn handen uit en ik zag de tekenen van marteling op zijn lichaam. Zware mishandeling, de doodstraf. Deze man wist wat lijden was, hij kende pijn. Hij had de dood meegemaakt, zoals een narcisbolletje dat in de grond wordt gestopt. Maar hij wist ook dat het nodig was geweest om volle bloei mogelijk te maken.

De vrouw wist het nu ook. Haar ogen sprankelden van vreugde, terwijl ze opkeek naar de man die haar het geschenk had gegeven van een leven in volle bloei.

Allebei verlieten ze de tuin. De zon stond inmiddels veel hoger aan de hemel. Ik hief mijn kopje en verwelkomde haar warmte. Het was toch een stralende morgen geworden.